Achtergrond

 

De Gestalttherapie werd ontwikkeld door Fritz Perls (1893 -1970, een in Berlijn geboren Joods psychiater en psychoanalyticus, in samenwerking met zijn vrouw Laura Perls, Paul Goodman en Ralph Hefferline.

Door een aantal redenen – waaronder de passieve rol van de cliënt  (in de psychoanalyse; patiënt) maar ook de voornamelijk verbale interactie tussen de analyticus en de cliënt – kon Perls zich niet meer vinden in de psychoanalytische benadering en zocht naar een betere vorm van psychotherapie.

Tijdens deze zoektocht ontdekte hij het belang van de al langer bestaande Gestaltpsychologie voor de psychotherapie, en deze,  maar ook holistische en de fenomenologische invloeden, bepaalden de grondslag van de Gestalttherapie.

De theoretische grondslagen van de Gestalttherapie zijn vastgelegd door Perls, Goodman en Hefferline in het basiswerk; Gestalt therapie; Excitement and Growth in the Human Personality. (uitgeverij Souvenir Press, 1951) Het boek is vertaald in het Nederlands en uitgekomen onder de naam; Ken Uzelf.

 

 

De Gestalttherapie ziet de mens als een eenheid van lichaam en geest; beide zijn onlosmakelijk verweven. Beide zijn ook een deur naar de innerlijke belevingswereld. Dientengevolge hecht de Gestalttherapie veel aandacht aan het ervaren en het gewaarzijn van zowel het lichaam als de psyche; de gevoelens, gedachten, verlangens etc.

Aangezien de ervaring zich afspeelt in het hier-en-nu wordt de actieve directe beleving hiervan aangemoedigd en bevorderd en belangrijker gezien dan "het praten over", de ervaring is hier zeker zo belangrijk als de rationele benadering.

 

Kijk voor meer informatie over de oorsprong van de Gestalttherapie o.a. op de website van de NBGT - Nederlandse Beroepsvereniging voor Gestalttherapeuten.